Monitor Ouderen­huisvesting

Nederland vergrijst. Is de woningvoorraad daar voldoende op afgestemd? De eerste Monitor Ouderenhuisvesting van ABF Research geeft een beeld van de woonsituatie van huishoudens vanaf 55 jaar. Hoe willen zij wonen, hoe vaak verhuizen ze en wat voor woningen laten ze achter?

Tekst: Elsie Schoorel

Er zijn momenteel 3,73 miljoen 55-plushuishoudens en ruim een miljoen (13%) is 75 jaar of ouder. In 2035 telt Nederland naar verwachting bijna 9 miljoen huishoudens, waarvan 51% in de leeftijdsgroep 55-plus en 19% 75-plus.

Steeds langer zelfstandig wonend Vaker dan vroeger wonen ouderen tot op hoge leeftijd zelfstandig thuis. De hervorming van de langdurige zorg (2015) heeft deze trend versterkt. 92% van de 75-plussers woont nu zelfstandig thuis; in 1990 was dat nog 83%. En tot 2040 verdubbelt het aantal zelfstandig wonende 75-plussers. Van alle thuiswonende 75-plussers woont 43% alleen.

Hoe ouder, hoe vaker in een huurwoning Hoe ouder, hoe groter het aandeel huishoudens met een inkomen dat behoort tot de 20% laagste inkomens van Nederland (ofwel het eerste kwintiel) en hoe kleiner het aandeel met een inkomen bij de 20% hoogste inkomens. Bovendien: hoe ouder, hoe vaker men in een huurappartement woont. Het percentage in een eengezinskoopwoning neemt juist af met de leeftijd. Toch is het eigenwoningbezit onder ouderen de laatste decennia duidelijk gestegen.

Het stijgende eigenwoningbezit betekent ook dat ouderen met mobiliteitsbeperkingen steeds vaker in een koopwoning wonen, en dat het zwaartepunt van de opgave om woningen hierop aan te passen verschuift van verhuurders (met name corporaties) naar eigenaren-bewoners.

Veel ouderen wíllen niet verhuizen Ouderen willen aanzienlijk minder vaak verhuizen dan jongere leeftijdsgroepen. 55-plussers vormden in 2019 in totaal 33% van de bevolking, maar waren verantwoordelijk voor slechts 15% van het totale aantal binnenlandse verhuizingen.

Er zijn wel grote verschillen tussen groepen ouderen: 85-plussers verhuizen aanzienlijk vaker dan jongere ouderen. Van de 85-plussers is de afgelopen jaren op jaarbasis ongeveer 10% verhuisd. Dit betreft zowel verhuizingen naar zelfstandige woningen als verhuizingen naar instellingen zoals verpleeghuizen.

Gehecht aan de huidige omgeving De gehechtheid aan het eigen huis en de vertrouwde woonomgeving speelt een belangrijke rol bij de keus van ouderen om niet te verkassen. Zo’n 90% van de ouderen geeft aan dat tevredenheid met de huidige woning daarvoor een reden is. Voor circa 70% is tevredenheid met de huidige woonomgeving ook een factor.

De grotere gehechtheid aan de huidige buurt is ook terug te zien in het gedrag van verhuisgeneigden als ze in de gewenste buurt geen geschikte woning vinden. Hoe ouder, hoe vaker men de verhuiswens dan maar opschort en niet verhuist.

Woning geschikt maken voor fysieke beperking 86% van de totale woningvoorraad in Nederland is naar schatting geschikt (te maken) voor huishoudens met een fysieke beperking. Geschikt betekent dat de woning extern én intern toegankelijk is zonder trappen te lopen. Intern toegankelijk betekent dat vanuit de woonkamer zonder traplopen de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer bereikt kunnen worden.

Aanpassingen om woningen geschikt te maken zijn onder meer het drempelloos maken van de woning of het installeren van een traplift. Geschikt te maken houdt in dat dit mogelijk is voor relatief lage kosten: maximaal € 10.000.

Behoefte aan speciale ouderenwoning Naarmate de leeftijd verder toeneemt, groeit ook de voorkeur voor een speciaal voor ouderen bestemde woning – met name in een complex. Onder verhuisgeneigde 55-64-jarigen betreft dit 26%, bij 75-plussers 67%. Verhuisgeneigde ouderen wensen in sterke mate een woning die zonder traplopen toegankelijk is. Tot 65 jaar wenst één op de drie een dergelijke woning, vanaf 65 jaar één op de twee.

De woningen die ouderen achterlaten In 2019 bestond het aanbod dat werd achtergelaten door 55-74-jarige huishoudens voor bijna de helft uit eengezinskoopwoningen, 18% uit eengezinshuurwoningen en voor een kwart uit huurappartementen. Bij de nog oudere senioren liggen die verhoudingen anders: bij de 85-plussers bestond het vrijgekomen aanbod voor slechts 14% uit eengezinskoopwoningen en waren zes op de tien woningen een huurappartement.

Er zijn wel duidelijke regionale verschillen in het aanbod dat oudere huishoudens bij een verhuizing achterlaten. Deze verschillen hangen sterk samen met de samenstelling van de woningvoorraad per regio.

In de online databank van dit onderzoek zijn de gegevens per gemeente, regio en provincie te vinden. De databank is voor iedereen toegankelijk. Monitor Ouderenhuisvesting 2020 werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door ABF Research.

Deel dit artikel: